Oude Tijden

Tekst voor rubriek  O UDE TIJDEN:

In oude tijden zwierf God Wodan langs het zwerk, zo verhaalt het mythologische werk ‘Edda’. De bewoners in het hoge noorden van Europa waren erg benauwd, dat de wolf Fenrir de zon op de kortste dag zou opeten. Vandaar het Lichtfeest, dat met veel kabaal die wolf moest verjagen en de zon verwelkomen.

Duizenden jaren geleden  keek men dus al uit naar het lengen van de dagen en naar een nieuw groeiseizoen. Dat was reden om feest te vieren bij Kelten en  Germanen: het Joelfeest. Daar heeft het Christendom op ingehaakt; de vele goden werden vervangen door die ene Heer.

De geboorte van het Christuskind is pas in de 4e eeuw na Christus verplaatst naar die nacht van 24 op 25 december; een willekeurige datum, maar wel naar heidense traditie.

Het midwinterhoornblazen wordt geassocieerd met het Kerstfeest, met heidense gebruiken en oude hoorns; een directe relatie  tussen oertijd en nu.

De zonnewende en het langer worden van de dagen.

Lagob_ontwerp_R_V1

 

Quia  bene placitum est . . . omdat het welgevallig is . . .

Remeha opzet 1 v2

Ex insignis instruendis . . . van de meesters moet je het leren . . .

 

Deze vroegste afbeeldingen staan in het Utrechts Psalter, een middeleeuws handschrift, tussen AD 820 en 835 vervaardigd in de abdij Hautvillers bij Reims.  Daar blazen bij Psalm 150 vier figuren op houten hoorns, die als twee druppels water lijken op midwinterhoorns. De bisschoppen  verboden het blazen op hoorns (met name koehoorns); dat was puur heidens.

De oudste schriftelijke vermelding van de midwinterhoorn dateert uit 1485  in het Rijnlandse Sonsbeck.

Men spreekt over “Midwinter” of  “Mirrewinter” als Kerstmis bedoeld wordt. Koning- bisschop Friedrich Christian (1688- 1706) verbood het lawaaiige blazen op hoorns tijdens de Kerstnachtdienst in het Niederstift in Munster.

In Münsterland trokken in de 18e eeuw herders en opgeschoten jeugd met gekromde midwinterhoorns van hout – verspreid tussen de overige kerkgangers – naar de kerk. Na de preek  begonnen zij spontaan met imposant gedreun te blazen.

Tussen 1920 en 1940 was het blazen niet georganiseerd en vond maar her en der plaats. In de jaren vijftig vindt de wederopstanding plaats. Uit onderzoek blijkt het midwinterhoornblazen eerder deel uit te maken van de traditionele Kerstviering in rooms-katholieke kerken (Herdertjes-mis) in een deel van Oost Nederland en aangrenzende regio’s in Duitsland. Want in Nederland-domineesland was voor zulke ‘paepsche stoutichheden’  geen plaats.

Tot vandaag de dag is het aanroepen van de zon een taak, die de midwinterhoorn-blazers serieus nemen: “Zee bloast um de beurte de bosschop vedan, dat ’t duuster mot gaon want ’t lech kump t’r an”.

Vanaf de eerste Adventszondag krijgt de sfeer van lange winternachten extra dimensie. Weemoedige tonen van midwinterhoorns golven van oudsher over essen, oude boerenerven en houtwallen in Twente, Achterhoek en over de Veluwe.

Cursussen hoorn-bouwen en concoursen worden gehouden.                                        Elke midwinterhoorn is een uniek exemplaar, niet één is dezelfde. Maar de hand die hem heeft vervaardigd is toch wel herkenbaar aan toon, lengte, vorm en kleur. Het toonbereik is uiteraard afhankelijk van de kwaliteit van de hoorn en van de blazer. De happe, het mondstuk van vlierhout is essentieel.

Onze  Midwinterhoorngroep Lochem, – tot voor kort onder bezielde aanvoering van erelid en ‘veurman’ Dinant Beunk, bouwer en blazer van het eerste uur – telt nu  zo’n 25 blazers, inclusief twee dames. Elk jaar, in de traditionele Adventstijd tot 6 januari “Drie Koningen” hebben wij een druk programma. Wij blazen om de beurt in groepjes op kerstmarkten, tijdens wandeltochten, rond kastelen en andere kerstevenementen.

. . . . oude melodieën

asdf

Comments are closed.