Historie

 

Terug in de tijd
De oudste schriftelijke vermelding van de midwinterhoorn dateert uit 1485 uit Sonsbeck in het Rijnland. De vroegste afbeelding vinden we in het Utrechts Psalter, een middeleeuws handschrift dat tussen 820-835 is vervaardigd in 
de abdij Hatvillers bij Reims. Daar blazen bij psalm 150 vier engelen op houten hoorns, die als twee druppels water lijken op midwinterhoorns. Tenslotte kennen wij het verbod op het blazen van hoorns, dat in de 8e en de 9de eeuw bij herhaling werd uitgevaardigd. Met nog vele andere gebruiken werd hoornblazen door de bisschoppen als puur heidens veroordeeld.
Na de verovering van de Saksen door Karel de Grote verliep de bekering van de plaatselijke bevolking uiterst moeizaam. Toen de heidense praktijken onuitroeibaar bleken, probeerde men deze te verzoenen met de christelijke leer. Hier ligt mogelijk de sleutel die ons de verborgen herkomst van de traditie van de midwinterhoorn kan onthullen.


Wildenborch
Antoni christiaan Wynandt Staring (1767-1840), jurist, landbouwkundige en dichter, bewoonde het grootste deel van zijn leven in het kasteel De Wildenborch tussen Vorden en Lochem. Hij beschreef De Zunnebelt, een heuvel halverwege de weg richting Vorden, met een voet van 80 x 60 meter en een top van ongeveer 30 meter. Bij nader onderzoek begin deze eeuw ontdekte men op de kunstmatig afgevlakte top een hoefijzervormige omwalling. Judith Schuyf veronderstelt in haar boek Heidens Nederland. Zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk verleden (1995) dat hier sprake is van een heilige plek, een zonneofferplaats. Het laat zich denken dat op De Zunnebelt ooit de cultus van de midwinter- en de midzomerzonnewende werd gevierd.

Dat moet dan voor de kerstening zijn geweest, die in deze streek in de 8ste en 9de eeuwe door zendelingen als Lebuinus, Liudger en Werenfried is ondernomen. Staring vermeldt nog een heuvel in de buurt met een bron, die de Schelleguurkensbelt werd genoemd. In de kerstnacht was er een klokje te te horen, een schel. Een guurken is een klein ondeugend mannetje, belast  met de bewaking van de hier verborgen schat. Bronnen en hun kunstmatige variant, de waterput, hebben de eeuwen door een bijzonder betekenis gehad voor alle mensen ongeacht hun levensovertuiging. In de Lochemse Berg vinden wij op twee plaatsen zomer en winter water, in de Witte Wievenkoele en in de Kattenkolk, bepaald geen alledaagse namen. Zowel rond de Wildenborch als op de Lochemse Berg blazen elke winter de midwinterhoorngroep Lochem e.o. en die van Ruurlo en stromen de wandelaars van heinde en verre toe.

Kerstviering
In 1981 zaaide drs. J.J. Voskuil twijfel aan de veronderstelde hoge ouderdom en dus ook aan de heidense oorsprong van het midwinterhoornblazen. Hij wees op het feit dat in Munsterland in de 18e eeuw herders en opgeschoten jeugd in de kerstnacht toeterend naar de kerk trokken. Het midwinterhoornblazen maakte volgens hem eerder deel uit van de kerstviering in rooms katholieke  kerken daar: In Nederland/domineesland was voor zulke paepsche stouticheden geen plaats.

Bakermat
Everhard Jans, in zijn eerste midwinterhoornboek (1977) nog heilig overtuigd van een prehistorische herkomst, trok in zijn tweede midwinterhoornboek (1995) het boetekleed aan en bekende dat hij zich had laten misleiden. Met name de opvoering van het kerstspel met musicerende herders zou de bakermat van het midwinterhoornblazen zijn. Hij verklaarde achter de opvattingen van Voskuil te staan en die gelden nu, tot het tegendeel blijkt, voor evangelie.

Nieuw leven
Gerrit Jan Hazewinkel herstelde de traditie van het midwinterhoornblazen in de Achterhoek. Hij is van origine een Wildenborcher, van boerderij Slagman aan de Stuwdijk. Zijn eerste hoorns vervaardigde hij zo'n dertig jaar geleden uit de takken van een knotwilig van zijn buurman Herman Jansen van de boerderij de Lentemorgen.
Hij begon ermee op aandringen van streektaalschrijver Hendrik Odink, die in Eibergen naast de school woonde, waarvan Gerrit hoofd was. Een activiteit die navolging kreeg. Daardoor is als eerste de midwinterhoorngroep Eibergen (1973) ontstaan.

Verbreiding
Ten oosten van de lijn Zutphen-Doetinchem-Zevenaar zijn de blazers de laatste jaren zo actief dat de meeste plaatsen in dit gebied met het midwinterhoornblazen kennis hebben gemaakt. Het lijkt er op dat deze traditie, die aan het begin van de vorige eeuw zo goed als verdwenen was, toch overleeft. Het gebruik was ooit tamelijk verbreid, maar in ons land komt het alleen nog voor in Twente, Achterhoek en Liemers. In Westfalen, Nedersaksen en Polen wordt ook het Advents- en Kerstblazen beoefend. Elders in Europa, bijvoorbeeld in Scandinavie, de Alpen en in de Donaulanden wordt - los van Kerstmis - geblazen op andere houten hoorns, die in menig opzicht aan de midwinterhoorn doen denken.

Blazers in de Achterhoek houden het nu echter bij de aloude midwinterhoorn. Alhier is bij overlevering de traditie van het blazen op midwinterhoorns in dezelfde periode onder meer bekend uit de streek tussen Vorden en Hengelo, in Eibergen, Meddo en uit Zwolle bij Groenlo.

(<< hoofdpagina)  (pagina: de midwinterhoorn)  (de bouw >>)

(terug)