De midwinterhoorn
Bekijk en vergelijk de hoorns maar eens goed. Er is er niet een hetzelfde. Allemaal anders, stuk voor stuk met de hand vervaardigt uit een boomstam. Meestal berk, maar soms wilg (Salix) of els (Alnus).

traditionele midwinterhoorn
Bij nader inzien ontdek je vanzelf ook overeenkomsten. In de afwerking (kleur)
bijvoorbeeld, maar ook in de lengte en het materiaal waarvan de banden zijn
gemaakt. als je eenmaal weet wie een bepaalde hoorn gebouwd heeft, herken je
als snel de hand van de meester in andere midwinterhoorns.
In de regel varieert de lengte van midwinterhoorns van een tot anderhalve meter,
maar er zijn er ook van twee meter en langer.
Het bereik aan tonen is uiteraard afhankelijk van de kwaliteit van de hoorn en
van de blazer.

vijf midwinterhoorns en een alpenhoorn (lange
hoorn)
Happe
De happe, ook wel het mondstuk genoemd, wordt uit vlierhout gesneden.

Droog en nat
Er zijn twee verschillende soorten midwinterhoorns: natte- en droge hoorns.
Een droge hoorn bestaat uit twee helften, waarvan je in de lengterichting de naden kunt zien, met houtlijm aan elkaar gelijmd. Een ouderwetse natte hoorn is nooit gelijmd. Op de zaagsnede (bij een natte hoorn) legde men mattenbies, tussen de twee helften dikwijls nog goed zichtbaar. Daarna bracht men de banden aan, die het geheel bij elkaar moesten houden. Omdat zo'n hoorn zo lek was als een mandje, hing men hem veertien dagen voor Sint Andries (30 november) in de waterput. Bies en hout raakten zo van water verzadigd, dat alle kieren zich luchtdicht sloten. Aldus geblazen ontsnapte geen valse lucht en liet de midwinterhoorn zich gemakkelijker aanspreken. Sommige blazers deden er een schepje bovenop. Vlak voor het blazen ging er nog even een emmer water door!

een verzameling
midwinterhoorns
(bron: www.hoorn.be)
IJzeren banden
In 1996 kwam zo'n antieke natte hoorn boven water. W.W. Hopperus Buma,
oud-burgemeester van Warnsveld, had hem sinds 1947 in zijn bezit, destijds door
leden van de Leidse vereniging van Overijsselse studenten Transisalania
opgescharreld in het Twentse Zenderen. Het Geldersch Oudheidkundig Contact
(tegenwoordig Gelders Erfgoed) te Zutphen bemiddelde als consulentschap voor
musea en geschiedbeoefening in de overdracht van deze unieke hoorn aan het Van
Deinse Instituut te Enschede.
Typerend zijn de ijzeren banden die de twee delen van die hoorn omringen; geen
enkele doorgewinterde bouwer uit de Achterhoek had deze ooit bij een andere
hoorn gezien. Het eerste boek van Everhard Jans over Het midwinterhoornblazen
maakt wel melding van het gebruik van ijzeren (of koperen) banden. Everhard
Jans stelt dat dit gebruik sinds de 19de eeuw in zwang gekomen is. Hij beschouwt
gevlochten banden van gespleten wilgentenen of braamranken als meer
oorspronkelijk. Op het ogenblik worden meestal banden van pitriet, rotan of
koper toegepast, ook al hebben deze bij gelijmde hoorns enkel een sierfunctie.
Lengte
De meeste (hedendaagse) midwinterhoorns zijn wel anderhalve meter lang lang. Een
natte hoorn is slechts 95 cm lang. Dat
deze zo kort is, kan aardig kloppen met zijn hoge leeftijd; mogelijk waren ze
vroeger normaal niet langer dan een meter. De alpenhoorn, tegenwoordig wel
tussen de drie en vier meter lang, was in de 18de eeuw tot begin 19de eeuw net
zo kort als onze midwinterhoorn nu. Daaruit volgt dat niets voor tijd en
eeuwigheid vastligt en wat wij zien en onveranderlijk vast willen houden,
meestal slechts een fase uit een ontwikkelingsproces is.

een fantasiehoorn: de dubbelhoorn